07/07/2015 - Zomersmog, wintersmog en smogalarm

We spreken van smog als de lucht sterk verontreinigd is door minstens één van de volgende stoffen: ozon (O3), fijn stof (PM10), zwaveldioxide (SO2) en stikstofdioxide (NO2). Wat is nu het verschil tussen zomersmog en wintersmog? En waarom was er geen smogalarm tijdens de recente hittegolf?

  • Onder invloed van het zonlicht reageren vervuilende stoffen in de lucht tot ozon. Bij aanhoudend zonnig weer met hoge temperaturen en vrij weinig wind krijgen we zomersmog met als voornaamste bestanddeel ozon.
  • Wintersmog ontstaat als stoffen afkomstig van verkeer, industrie en kachels (fijn stof, roet, stikstofoxiden en zwaveloxiden) blijven hangen tijdens de winterperiode.
  • Het smogalarm treedt in werking wanneer men minstens 2 dagen PM10-concentraties van meer dan 70 µg/m³ voorspelt als gemiddelde voor Vlaanderen. Op de snelwegen wordt de maximumsnelheid verminderd tot 90km/uur. De snelheidsbeperkingen zorgt dat het aantal roetdeeltjes aanzienlijk daalt en dit  vermindert de klachten van mensen met ademhalingsproblemen. 

Hoewel het autoverkeer de belangrijkste bron is van uitstoot van ozonvoorlopers, hanteren we het smogalarm niet bij zomersmog. De vorming van ozon is een complex fenomeen en naast ozonvoorlopers stoot het autoverkeer ook stoffen uit die ozon terug kunnen afbreken. Korte termijnmaatregelen zoals het smogalarm hebben dan ook weinig zin bij ozonsmog.
 
Zomersmog is een heel ander fenomeen dan wintersmog. Lees meer over het verschil op onze nieuwe infopagina!


Keer terug naar het nieuwsoverzicht