Aandachtsgebieden (Lokale actoren)

Acties en FAQ voor Lokale actoren


Aandachtsgebieden in Vlaanderen: wat kan jij doen?

Enkele regio’s in Vlaanderen kampen met een zware metalenvervuiling, de zogenaamde aandachtsgebieden. Deze vervuiling werd veroorzaakt door industrie (en soms is dat nog steeds zo). De uitstoot van zware metalen is verminderd, maar in de aandachtsgebieden zijn preventieve maatregelen belangrijk zodat de inwoners zo weinig mogelijk aan deze zware metalen (cadmium, lood, arseen,…) worden blootgesteld.

De aandachtsgebieden in Vlaanderen zijn: 

  • Beerse
  • Noorderkempen (Balen, Mol, Hamont-Achel, Neerpelt, Overpelt, Lommel)
  • Hoboken
  • Gentse Kanaalzone

Bij de medisch milieukundigen van de Logo's kan je terecht voor ondersteuning: 

  • Welke adviezen kan je best geven?
  • Wanneer communiceren?
  • Naar wie communiceren? 
  • Welke acties kunnen opgezet worden?
  • Welke ondersteuning kan je daarbij krijgen?
  • ...

Voor scholen is er het pakket 'Speel op Veilig'. In de brochure 'Schadelijke metalen in je moestuin' kan je tips vinden over hoe je veilig groenten kan telen.

Voor het aandachtsgebied Noorderkempen werd een cadmiumwebtool ontwikkeld, met tips om de blootstelling aan cadmium te beperken, teeltadviezen en een adrestool met persoonlijk advies.

Bepaalt je woonplaats of je sterft aan kanker?

Recent publiceerde de FOD Economie cijfers over doodsoorzaken bij Belgen in het jaar 2013. Journalisten pikten de cijfers over sterfte door kanker op en stelden dat er sterke verschillen zijn per gemeente. Betekent dit dan dat je woonplaats bepaalt of je sterft aan kanker?

Eén van de belangrijkste doodsoorzaken van de Vlaming (of Belg) is kanker. Logisch, als je weet dat de ziekte voornamelijk ouderen treft en het aandeel ouderen in onze samenleving alsmaar toeneemt. Maar als je dit soort jaarcijfers per gemeente bekijkt, stel je vast dat sommige gemeentes meer kankerdoden tellen dan andere.

Wat verklaart meer kankerdoden in 2013 in een gemeente?
De belangrijkste verklaring is toeval, de natuurlijke variatie dat het ene jaar meer en het andere jaar minder personen aan kanker overlijden op een bepaalde plaats. Indien men dan meerdere opeenvolgende jaren samen bekijkt, blijken de “uitschieters” vaak verdwenen en de verschillen erg klein. Ook de ‘leeftijdsverdeling’ en ‘sociaal-economische status’ van de inwoners van de gemeente spelen een rol. In een gemeente met een groter aandeel ouderen, zal het aantal mensen met kanker en andere leeftijdsgebonden doodsoorzaken hoger liggen. Hetzelfde geldt voor een gemeente waar meer inwoners leven met een lagere sociaal-economische status. Een lagere status is gerelateerd met een slechtere gezondheid door slechtere leefstijlfactoren. De belangrijkste leefstijlfactor is roken.
Dat het meer voorkomen van kanker op sommige plaatsen deels mee veroorzaakt wordt door factoren in het leefmilieu valt niet uit te sluiten. Een klein percentage kankergevallen (< 5%) wordt in verband gebracht met plaatsgebonden milieufactoren zoals vervuilingsbronnen in de lucht, het water of de bodem.

Maar de relatie tussen leefmilieu (oorzaak) en kanker (gevolg) is erg moeilijk te onderzoeken. We sommen een aantal redenen op:

  • Er zijn verschillende aandoeningen. “Kanker” is niet één ziekte, maar een verzameling van ongeveer 100 verschillende ziekten.
  • Leefmilieu omvat alle chemische, biologische en fysische factoren waaraan een mens tijdens zijn hele leven wordt blootgesteld.
  • Soms treden effecten pas op tientallen jaren na de blootstelling.
  • Leefstijlfactoren zoals rookgedrag, alcoholgebruik, voeding, gebrek aan beweging, spelen een belangrijke rol.
  • Persoonlijke factoren zoals genetische aanleg en overgewicht spelen een rol.
  • Het correct onderzoeken en vergelijken van cijfers over het optreden van kanker (of het overlijden er aan) op schaal van een gemeente is erg moeilijk. Om verschillen statistisch aan te tonen en toeval uit te sluiten zijn doorgaans grotere aantallen gegevens nodig dan deze die per gemeente beschikbaar zijn.
  • Een hoger aantal kankergevallen kan dus berusten op toeval, zoals evengoed een lager aantal kankergevallen op sommige plaatsen kan worden vastgesteld.

Hoe wordt dit opgevolgd?
De Stichting Kankerregister houdt het aantal effectief getelde kankergevallen per gemeente bij en vergelijkt dit met het aantal verwachte kankergevallen (uitgaande van de leeftijdsopbouw van de gemeente en het gemiddelde voorkomen in Vlaanderen). Het Agentschap Zorg en Gezondheid volgt dit op en gaat na of het haalbaar en wenselijk is om te onderzoeken of afwijkende cijfers in verband kunnen gebracht worden met milieufactoren. Een diepgaand onderzoek garandeert niet dat er ook een verklaring gevonden wordt voor het meer voorkomen van kanker op een bepaalde plaats. Het is bijna onmogelijk om één enkele oorzaak uit de context te halen en te isoleren.

Conclusie
Op basis van cijfers over het aantal kankerdoden per gemeente, kan je woonplaats niet bepalen of je meer kans hebt om te sterven  aan kanker. Met andere woorden, wonen in een gemeente met een hoger aantal kankerdoden wil niet zeggen dat je automatisch een grotere kans hebt om kanker te krijgen en eraan te sterven.
Een relatie tussen de plaatsgebonden milieufactoren en het krijgen van kanker valt niet uit te sluiten. Bij afwijkende cijfers, kan verder onderzoek nodig zijn. Meestal blijft het dan nog bijna onmogelijk om een relatie tussen kanker en leefmilieu te vinden. Net omdat kanker vaak het gevolg is van verschillende factoren.

Kanker verantwoordelijk voor één overlijden op vier (04/02/2016) - FOD economie, KMO, Middenstand en Energie; Algemene Directie Statistiek – Statistics Belgium.
 

Actie in de kijker

Speel op veilig

Het educatief pakket ‘Speel op veilig’ biedt CLB ’s, directie en leerkrachten informatie en ondersteunend materiaal om hun leerlingen en personeel te sensibiliseren over zware...