Elektromagnetische hypersensitiviteit (EHS) is een vorm van idiopatische omgevingsintolerantie waartoe ook meervoudige chemische overgevoeligheid behoort. Bij elektromagnetische overgevoeligheid schrijven patiënten hun gezondheidsklachten toe aan de blootstelling van elektromagnetische velden (draadloos internet, mobiele telefonie, zendantennes, hoogspanningslijnen, treinsporen).

De klachten zijn zeer divers en voornamelijk aspecifiek: vermoeidheid, hoofdpijn, slapeloosheid, irritatie, spierpijn, tranende ogen, concentratiestoornissen, hartkloppingen of angst. Toch kunnen patiënten ernstige gevolgen ondervinden zoals werkonbekwaamheid, sociale isolatie, onbegrip van de professionele en familiale omgeving.

Tot nu toe is er geen wetenschappelijk bewijs dat acute gezondheidsklachten optreden door blootstelling aan elektromagnetische straling waarbij de wettelijke normen niet overschreden worden (noch in epidemiologische studies, noch in provocatiestudies). Uit neurowetenschappelijke studies en interoceptie-onderzoek blijkt dat de oorzaak van deze klachten toegeschreven kunnen worden aan een verstoring van de stressrespons in de hersenen. Psychologische factoren doen elektrogevoeligheid ontstaan en houden het in stand:

  • psychiatrische comorbiditeit (bv. depressie, angststoornissen, persoonlijkheidsstoornissen)
  • nocebo-effecten: door de overtuiging van de schadelijkheid van iets treden symptomen op ookal is het systeem in werkelijkheid niet actief
  • conditioneringseffecten: effecten waarbij een reactie wordt beloond, waardoor na verloop van tijd de reactie zonder beloning blijft bestaan (cfr. hond van Pavlov)
  • attributie: bestaande gezondheidseffecten worden toegeschreven aan gsm-antennes of draadloze netwerken

Welke rol heb je als huisarts?

Het is belangrijk dat je via biotoxicologische analyses en somatische onderzoeken andere diagnoses uitsluit.

Hanteer in je communicatie de principes van motiverende gespreksvoering. Toon empathie. Beklemtoon dat de klachten 'echt' zijn, dat er een biologische verklaring voor is (ontregelende stressfysiologie en verstoorde interoceptie) en dat de patiënt zich daarvoor kan laten testen en behandelen.

Aangezien de wetenschappelijke evidentie voor de rol van psychologische factoren toeneemt, is het belangrijk om patiënten met symptomen van elektromagnetische overgevoeligheid door te verwijzen naar psychologen met de juiste expertise. Onderzoek toont aan dat de meeste patiënten gebaat zijn met cognitieve gedragstherapie met biofeedback. 

Over het advies om de blootstelling aan straling te verlagen (bv. vaste telefoon ipv gsm, internet met vaste lijn ipv draadloos internet) zijn de meningen van experten verdeeld. De meerderheid vindt het niet zinvol om de blootstelling te verminderen omdat de wettelijke normen voldoende beschermen en mensen niet onnodig ongerust gemaakt moeten worden.