Hoe verloopt een goed gesprek?

Hier vind je informatie over hoe je als zorgverlener een gesprek over meeroken kan aangaan.

Meeroken en rookstop zijn nauw met elkaar verbonden. En rookstop is het uiteindelijke doel. In deze methodiek komt rookstop niet expliciet aan bod, maar het is wel belangrijk te weten dat een gesprek over meeroken past binnen een strategie tot rookstop. Indien je cliënt dus zelf aangeeft te willen stoppen, of je voelt dat er een opening is om motivaties te verhogen, ga hier dan zeker op in. Voor meer informatie over de verhouding tussen de twee, neem een kijkje op de pagina 'Praten over meeroken of over rookstop?'

In wat volgt overlopen we de verschillende stappen van een gesprek (openingsvraag, rookprofiel, motivaties, actie en vervolgafspraak). Geen enkel gesprek is hetzelfde, maar de stappen zijn bedoeld om jou een zekere richting te geven. Je hoeft de stappen ook niet allemaal in één gesprek aan bod te laten komen. Bouw het gesprek geleidelijk aan op.

Met de gesprekstool heb je een geheugensteuntje en de mogelijkheid om jouw notities te bewaren. Heel handig als je meerdere gesprekken met je cliënt voert.

Wil je je cliënt helpen om te stoppen met binnen roken? Dan is motivatie een essentieel element. Motivatie is opgebouwd uit drie dimensies: 

  • Ik wil het!
    Is je cliënt bereid om niet meer binnen te roken? Welke onderliggende motivaties heeft hij hiervoor?
  • Ik kan het!
    Acht je cliënt zichzelf in staat om niet meer binnen te roken en geeft hij dat ook zelf aan?
  • Ik ben er klaar voor!
    Ziet je cliënt mogelijkheden om niet meer binnen te roken en wil hij de stap zetten?

Stap 1: Stel een sterke openingsvraag

Een goede openingsvraag is heel belangrijk. Start het gesprek met de vraag of je over het onderwerp mag spreken. Hoe je die vraag goed formuleert, hangt af van de context van het gesprek.

Komt je cliënt met een vraag over meeroken, of haalt hij de campagne ‘Binnen roken is nooit oké aan’, dan kan je toestemming vragen om het hier met hem over te hebben.

Of komt je cliënt tot bij jou omdat zijn kinderen specifieke klachten hebben die gerelateerd kunnen zijn aan binnen roken, zoals hoesten of oorpijn, dan is dit ook een aanleiding om het gesprek over meeroken aan te gaan:

  • “Het kan interessant zijn om eens te kijken naar hoe de klachten bij je zoon/dochter ontstaan. Meeroken kan een oorzaak zijn.”
  • “Vind je het goed als ik je enkele vragen stel over meeroken binnen jouw gezin?”
  • “Er is heel wat te vertellen over meeroken. Vind je het oké als ik je daar wat vragen over stel?”

Komt je cliënt met een ander probleem langs, maar heb je het vermoeden dat er ook in huis gerookt wordt? Dan kun je als zorgverlener zelf het thema aansnijden:

  • “Zijn er nog andere zaken die je graag wilde vragen of waarmee ik je kan helpen?” – “Nee, niet echt.”
  • “Wel, dan is er iets wat ik graag nog even aan jou wilde vragen. Heb je nog even de tijd hiervoor?” – “Ja, hoor.”
  • “Er loopt op dit moment een campagne over roken in huis. Er is heel wat te vertellen over meeroken. Zou je het oké vinden dat ik je hierover een aantal vragen stel?" 

Als je cliënt dit gesprek over meeroken weigert, moet je zijn wens uiteraard respecteren. Eventueel kun je nog voorzichtig polsen naar zijn beleving en de emoties die onder dat negatieve antwoord schuilen.

Bijvoorbeeld: “Je ferme nee geeft me het gevoel dat je misschien bang bent voor de info die ik je zou kunnen geven? Voel ik dat zo goed aan? Wat verwacht je dat ik zal zeggen dat confronterend zou kunnen zijn?"
 

Stap 2: Breng het rookprofiel van je cliënt in kaart

Als je cliënt instemt met een gesprek over meeroken, dan kun je eerst in kaart brengen wie van het gezin rookt en wanneer en waar er gerookt wordt. 

Door het rookprofiel van je cliënt in kaart te brengen, krijg je meer inzicht in zijn leven.

Voorbeeld:

  • “Om een beter zicht te krijgen op de situatie bij jou thuis, zou ik je graag een aantal vragen willen stellen. Vind je het goed dat we dat nu even doen?
    • Waar wordt er vooral gerookt?
    • Wordt er vooral binnen gerookt of soms ook buiten?
    • Wanneer rook je meestal?
    • Roken er nog andere mensen in huis?”

Stap 3: Ga op zoek naar motivaties

Hoe schat je motivaties in?

Vraag aan je cliënt wat voor hem de voor- en nadelen van binnen roken zijn. Zorg er wel voor dat het gesprek eindigt met de voordelen van buiten roken. Zo zitten de voordelen het meest actief in het geheugen als je cliënt buitenstapt. 

Laat je cliënt zoveel mogelijk zelf tot inzicht komen dat hij niet meer binnen wil roken. Mensen laten zich vlugger overtuigen door wat ze zichzelf horen zeggen. Indien de cliënt zelf moeilijk tot voor- en nadelen en mogelijke gezondheidsgevolgen komt, geef dan wel wat suggesties.

Een aantal mogelijke vragen die je kan stellen:

  •  “Wat denk je zelf dat het gevolg zou kunnen zijn van roken in huis voor jezelf en je omgeving?”
  • "De campagne ‘Binnen roken is nooit oké’ wil mensen bewustmaken van de gevolgen van roken in huis of in de auto. Verschillende onderzoeken tonen aan dat omgevingsrook nogal wat slechte gevolgen heeft, vooral voor kinderen. Hier zie je een overzicht. Zijn er dingen die je daarin herkent? Of waarvan je al wist dat ze een risico zijn?"
  •  “Wat zijn voor jou de voordelen van binnen roken? Wat zou je erbij winnen als je niet meer binnen zou roken?”
  •  “Stel dat je niet meer in huis zou roken, wat zou dat dan voor jou betekenen? En voor je omgeving?”
  •   “Hoeveel kans op slagen geef je jezelf om alleen nog buiten te roken? Wat zou er nodig zijn om je daarbij te ondersteunen?”
  •   “Stel je eens voor dat je je kinderen kon beschermen door niet meer binnen te roken, hoe gemotiveerd zou je dan zijn? Als je dat nu eens een cijfer tussen 0 en 10 moet geven, hoeveel zou je je eigen motivatie om buiten te roken dan geven?”

Hoe haal je nog meer motivaties naar boven?

Als je cliënt zelf de voordelen aangeeft van een verandering in gedrag, benadruk dat voordeel dan nog extra. Zo versterk je het belang van de verandering en haal je nog meer motivaties naar boven.

  • “Je ziet verschillende redenen om niet meer te roken in huis: de gezondheid van je kinderen, een mooier huis, een goed voorbeeld zijn voor je kinderen …”
  • “Dat lijkt me een uitstekend idee!”
  • “Dat zou inderdaad kunnen helpen.”
  • “Kun je hiervan een voorbeeld geven?”
  • ”Hoe bedoel je precies?” 


Hoe verhoog je de motivatie?

Bij een lage motivatie kun je vragen wat je cliënt nodig heeft om zijn motivatie een klein beetje te verhogen.

  • “Je geeft jezelf voor motivatie een 3 op 10. Wat zorgt ervoor dat je jezelf een 3 geeft? Wat zou er nodig zijn om jezelf een 4 te kunnen geven, of misschien zelfs een 5?”
  • “Dus als je man ook zou meedoen, dan zou het gemakkelijker zijn om buiten te gaan roken en zou je motivatie ook hoger liggen? Vat ik het zo goed samen?”
  • “Hoe denk je dat je man zou reageren mocht je hem vragen om voortaan buiten te roken?” 


Hoe ga je om met weerstand?

Natuurlijk zal niet iedereen onmiddellijk gemotiveerd zijn om niet meer binnen te roken. Sommige cliënten zullen zelfs helemaal niet gemotiveerd zijn. 
Ontdek hoe je kunt omgaan met weerstanden.
 

Stap 4: Stimuleer tot concrete acties

Van motivatie naar realistische actie

Een voornemen om niet (meer) binnen te roken is nog geen besluit en zeker geen actie. Het blijft belangrijk dat je cliënt zelf een aantal motivaties benoemt en die omzet in acties om zijn gedrag te veranderen.

Laat de mogelijkheden die je cliënt haalbaar ziet uit hemzelf komen. Je kunt hem stimuleren met een aantal richtinggevende vragen. Bijvoorbeeld:

  • Cliënt: “Ik wil graag het beste voor mijn kinderen en wil daar alles voor doen.”
  • Zorgverlener: “Je bent heel gemotiveerd om de gezondheid van je kinderen te bewaken.”
    “Hoe denk je dat je dat in je dagelijkse leven kunt realiseren?” 
    “Wat lijkt jou een haalbare eerste stap?” 
    “Wat wil je precies veranderen?”

Hou rekening met de draagkracht en het zelfvertrouwen van de persoon die voor jou zit. Niet meer binnen roken zal niet voor iedereen even gemakkelijk zijn. En niet iedereen is er op hetzelfde moment klaar voor om de volgende stap te zetten. Ontdek hoe je kunt inschatten of iemand er klaar voor is.

Werk naar een concreet plan toe

Laat je cliënt zijn doelen benoemen en concreet maken. Alleen zo worden ze een haalbare kaart. De concrete acties kun je afdrukken via de tool en meegeven aan je cliënt.

Concretiseer de doelen van je cliënt door vragen te stellen zoals:

  • “Kun je een voorbeeld geven van hoe je dat gaat realiseren?”
  • “Hoe bedoel je dat precies?”

Bevestig goede mogelijkheden:

  • “Dat lijkt me een uitstekend idee!”
  • “Dat zou inderdaad kunnen helpen."

Voorbeelden van concrete acties zijn:

  • “Vanaf volgende week ga ik mijn sigaret pas roken wanneer ik de kinderen afgezet heb aan de schoolpoort.”
  • “Eerst ga ik proberen om niet meer te roken in de auto.”
Laat je cliënt realistische doelen formuleren

Twijfel je of een doelstelling haalbaar is? Bespreek dat dan met je cliënt. Vaak zijn de oplossingen die je cliënt voorstelt niet ideaal, maar wel een stap vooruit.

Als twee ouders bijvoorbeeld voorstellen om buiten te roken, maar wel samen met hun kind, zodat het niet alleen binnen is, dan wordt dat kind nog altijd blootgesteld aan giftige rook. Toch is dat voorstel een eerste waardevolle stap die kan leiden tot andere belangrijke stappen. Zeg op een vriendelijke manier tegen de ouders dat ze er beter kunnen op letten dat hun kind niet te veel blootgesteld wordt aan hun tabaksrook. Maar kom dan later, op een gepast moment, terug op een eventuele volgende stap.

Werk met kleine stapjes

Soms is het beter om met kleine stapjes te werken waarvan je weet dat je cliënt ze kan realiseren. Als je cliënt een stap moet nemen die voor hem te groot is, dan ervaart hij het als falen zodra het hem niet meer lukt. Voor sommige mensen is dat dan een bevestiging dat ze het toch niet zullen kunnen. Ze willen dan niets meer proberen.

Vraag vooral welke concrete acties je cliënt zal ondernemen om zijn doel te bereiken. Bijvoorbeeld: een asbak buitenzetten, sigaretten niet in huis laten liggen … Help je cliënt om zelf zo veel mogelijk op zoek te gaan naar handige hulpmiddelen.

  • “Hoeveel kans geef je jezelf om dat te bereiken? Waar kunnen er volgens jou nog mogelijke valkuilen zijn? Wat zou je kunnen helpen om hierin te slagen?”  
Geef suggesties als je cliënt zelf niet tot doelen komt

Komt je cliënt zelf niet met oplossingen? Geef hem dan een aantal suggesties. Let er wel op dat je naar hem blijft luisteren.

  • “Ik merk dat je het moeilijk vindt om manieren te bedenken om niet meer binnen te roken. Veel rokers vinden het moeilijk om hun rookgewoonten aan te passen, je bent zeker niet de enige. Ik heb al verschillende mensen gesproken die gezocht hebben naar hulpmiddelen om niet meer binnen te roken. Vind je het een goed idee dat we eens enkele hulpmiddelen van andere rokers doorlopen? Je kunt dan zien of er iets tussen zit wat voor jou ook zou kunnen werken.”

Op die manier kun je mogelijke oplossingen aanreiken zonder iets op te leggen. Je cliënt is vrij om te beslissen wat hij wil doen en wat niet. Check regelmatig of het advies je cliënt aanspreekt en of hij het zou willen proberen.

  • “Sommige rokers vinden het gemakkelijker om buiten te roken als er geen asbakken meer in huis staan. Wat denk jij van deze tip?”
  • “Wat zou je kunnen doen als je een langere tijd met de auto moet rijden en je wilt roken?”
    Als er na die vraag nog geen antwoord komt: “Hoelang denk je maximaal zonder sigaret te kunnen tijdens het rijden? Wat denk je ervan om dan na … minuten even aan de kant van de weg te parkeren voor een rookpauze? Zou dat iets zijn dat zou kunnen werken voor jou?”
  • “Als de kinderen niet thuis zijn, zijn er dan momenten dat je buiten kunt roken? Of wanneer kan iemand een oogje in het zeil houden? Is er een veilige zone waar je kinderen kunnen spelen terwijl jij buiten rookt? Zijn er momenten waarop je met je kinderen naar buiten kan?”

In de folder en op de website nooitbinnenroken.be vind je nog andere mogelijkheden. Als je tijdens je gesprek niet aan concrete acties toekomt, maar je hebt je cliënt wel gemotiveerd, dan kan hij zelf in de folder of op de website gaan kijken. Afhankelijk van de band die je hebt met je cliënt kun je in een volgend gesprek terugkomen op concrete stappen.

Samen zoeken naar oplossingen: een voorbeeld

  • Cliënt: “Ik wil echt wel graag buiten roken, maar ik weet absoluut niet hoe ik dat in de praktijk moet doen.
  • Zorgverlener: “Waar zie je voor jezelf nog moeilijkheden om buiten te gaan roken?”
  • Cliënt: “Dat ik mijn gezin dan altijd moet achterlaten om naar buiten te gaan. Of dat ik net bezig ben met iets en ik daar dan mee moet stoppen om buiten te gaan roken.”
  • Zorgverlener: “Op welke momenten denk je dat die twee voorbeelden je het meest kunnen hinderen?”
  • Cliënt: “Als ik eten aan het klaarmaken ben, of ook wel na het eten als ik de keuken opruim.”
  • Zorgverlener: “Dus voor die eetmomenten zullen we samen eens moeten zoeken naar een oplossing. Hoe zit het met de andere rookmomenten?”
  • Cliënt: “De momenten dat de kinderen naar school zijn, zijn wel gemakkelijker. Dan ben ik alleen thuis en kan ik gemakkelijker naar buiten.”
  • Zorgverlener: “Oké, dus als we het samenvatten, dan zou je overdag wel gemakkelijker naar buiten kunnen om te roken. Maar net voor en na het eten is het nog niet zo duidelijk wat je kunt doen. Klopt dat?”
  • Cliënt: “Ja, inderdaad. Misschien kan ik een sigaret roken als we net terug zijn van school. Die kan ik dan nog buiten roken. En de volgende sigaret kan ik roken na het eten, als alles opgeruimd is. Als ik een asbakje op het terras zet, kan ik de kinderen nog in de gaten houden, maar hebben ze geen last van de rook.”
  • Zorgverlener: “Dat lijkt me een schitterend idee. Is het oké dat we afspreken dat je het op die manier eens gaat proberen de komende tijd? Dan kunnen we de volgende keer zien hoe dat gegaan is en eventueel wat bijsturen als dat nog nodig zou zijn.”
  • Cliënt: “Oké voor mij. Ik zal het proberen.” 
Rond het gesprek positief af

Vat het gesprek op het einde goed samen en herhaal zowel de motivatie, de doelstellingen als de concrete acties voor je cliënt. Je kan eventueel afspraken en acties via de gesprekstool afdrukken. 
 

Stap 5: Vervolgafspraak

Spreek af met je cliënt dat je bij een volgend gesprek nog eens bespreekt hoe het verlopen is. Je kan deze vervolgafspraak al vastleggen. Je kan dan opnieuw de vijf stappen overlopen en eventueel nieuwe doelen stellen samen met je cliënt.

Verliepen de acties vlot? Peil dan eens naar de motivatie om te stoppen met roken. Als je cliënt hiervoor openstaat, praat er met hem over en verwijs hem door naar Tabakstop. Wil je zelf meer informatie over een rookstopgesprek? Neem een kijkje op motiverentotrookstop.be.

Bekijk ook

Volg de online vorming

In deze online vorming kan je voorbeeldgesprekken oefenen, concrete tips ontdekken en en een quiz spelen om vertrouwd te geraken met het onderwerp passief roken en de principes van motiverende gespreksvoering.

Ontdek ons vormingsaanbod en schrijf je in

De Logo's organiseren lokale vormingen over dit project. Hier vind je een overzicht van de mogelijkheden en een inschrijvingsformulier.

Geef als zorgverlener de beste ondersteuning

Welke ondersteuning hebben ouders nodig om hun huis rookvrij te maken? Hoe help je ouders via een gesprek? Met welke materialen kun je hen sensibiliseren?  

Bereid je goed voor op een gesprek

Hoe ga je een gesprek aan over binnen roken? Hoe kun je het gesprek zo goed mogelijk laten verlopen? Lees onze praktische richtlijnen voor een optimaal gesprek.

Gebruik de gesprekstool tijdens je gesprek

Met deze handige tool beschik je over een geheugensteuntje tijdens het gesprek zelf. Je krijgt aandachtspunten en goede voorbeelden snel op je scherm te zien.
 

Ontdek alle projectmaterialen

In dit overzicht vind je alle materialen die je kunt gebruiken om ouders te sensibiliseren over roken in huis. Het materiaal kan ook een perfecte aanleiding bieden om je gesprek te starten.

naar overzicht