Hotspot Noorderkempen

Cadmium is een milieuvervuilende stof die momenteel nog steeds in verhoogde hoeveelheid voorkomt in de bodem en het grondwater in dit gebied. Deze stof kan je longen, nieren en botten aantasten. Om zo weinig mogelijk in contact te komen met cadmium in stof, poets je je huis (wekelijks) met nat en begroei je je tuin best met gras/planten/bodembedekkers. Groenten uit je eigen moestuin eet je enkel nadat je de teeltadviezen hebt opgevolgd. Grondwater gebruik je alleen om de siertuin te besproeien, de wagen te wassen, of het terras te poetsen.  
 

Waarom is deze regio een hotspot?

Op het einde van de 19e eeuw vestigden zich in de regio Noorderkempen een aantal zinkfabrieken. Voor de productie van zink werden zinkertsen gesmolten op een hoge temperatuur. Hierdoor kwam via de rook uit de schouwen vooral het zware metaal cadmium in de omgeving terecht. Dit veroorzaakte een ernstige vervuiling in de wijde omtrek van de fabrieken.

Eind jaren 1970 werd overgeschakeld op een ander productieproces en is er een einde gekomen aan de vervuilende uitstoot. De luchtkwaliteit ging er op vooruit (de huidige zinkfabrieken stoten bijna geen zware metalen meer uit), maar de vervuiling van de bodem en het grondwater was een feit.
Tot op vandaag houden inwoners van Lommel, Overpelt, Neerpelt, Balen, Mol en Hamont-Achel best rekening met deze vervuiling. Gezondheidsonderzoek wees immers uit dat omwonenden nog steeds in contact komen met cadmium en een hogere lichaamsbelasting hebben.


Zijn er gevolgen voor de gezondheid?

Meer info over gezondheidseffecten vind je in de fiche over cadmium.


Hoe kan ik mijn blootstelling beperken?

Door een aantal eenvoudige preventiemaatregelen consequent op te volgen kan je voorkomen dat er teveel cadmium in je lichaam komt. Klik op de cirkels in onderstaande tekeningen en ontdek de tips.


‘Wie ben ik?'

‘In de woning’

‘In de tuin’

Teeltadvies

Naast de algemene adviezen die je terugvindt via de tekeningen, vind je hieronder specifieke tips in verband met het telen van groenten in je moestuin. Deze informatie helpt je met keuzes maken over welke groenten je al dan niet kan telen en hoe je je grond bewerkt voor een gezonde opbrengst.

Teel je zelf groenten, hou dan rekening met volgende teeltadviezen (lees hieronder over elk meer):

  • Ga na of je groenten kan telen in jouw tuin. Dit kan je doen op twee manieren:
  1. Vul je adresgegevens hieronder in.

  2. Laat een bodemstaal onderzoeken.


Cadmium adrestool

Woon je in de Noorderkempen (Balen, Hamont-Achel, Lommel, Mol, Neerpelt, Overpelt), dan kan je per adres een specifiek teeltadvies krijgen: vul hieronder je adresgegevens in.
Dit advies is gebaseerd op eerder wetenschappelijk onderzoek en is betrouwbaar, maar minder nauwkeuring dan wanneer je een staal van je eigen bodem laat onderzoeken.


Cadmium adrestool formulier

Selecteer eerst het veld "Gemeente en postcode", in het formulier.


Het ingegeven adres is niet gevonden in de database. Vul het adres van de buren eens in. Indien dat niet werkt, neem dan contact op met de medisch milieukundige van het Logo van jouw regio.

Bodemanalyse uitvoeren

Om het gehalte aan cadmium (en andere zware metalen) van je bodem goed te kennen, kan je een bodemanalyse laten uitvoeren. Hiervoor moet je een bodemstaal binnenbrengen bij een (erkend) labo (klik op B.1 Bodem - vaste deel). Dit is niet gratis.

Als je de hoeveelheid cadmium van je bodem kent, kan je in deze tabel informatie vinden over de verschillende groenten die je al dan niet kan telen. De gegevens van de andere zware metalen kan je ingeven op www.gezonduiteigengrond.be

 

Cadmium per kg grond Welke groenten telen?
< 2 mg Je kan alle groenten telen in een niet te zure bodem met voldoende organische stof
2-5 mg Niet: andijvie, kervel, peterselie, rabarber, schorseneren, selder, sla, spinazie, tuinkers, veldsla en waterkers
5-10 mg Niet: andijvie, kervel, peterselie, rabarber, schorseneren, selder, sla, spinazie, tuinkers, veldsla, waterkers, aardappelen, aardbeien, bloemkool, prei, radijs, sjalot, ui, witlof en wortelen
10-12 mg Niet: andijvie, kervel, peterselie, rabarber, schorseneren, selder, sla, spinazie, tuinkers, veldsla, waterkers, aardappelen, aardbeien, bloemkool, prei, radijs, sjalot, ui, witlof, wortelen, bonen, erwten, paprika en tomaten
> 12 mg Enkel: vruchtgewassen zoals komkommer, augurk, pompoen en diepwortelende fruitbomen

Zuurtegraad beheersen

Een neutrale zuurtegraad (pH = 7) is wenselijk. Controleer voor en na het teeltseizoen de zuurtegraad van de bodem. Zandbodems (zoals in de Kempen) worden makkelijk zuur.
 
Is je zuurtegraad lager en je bodem dus zuurder? Bekalken is nodig:

  • 40 kg kalk per 100 m² doet de pH stijgen met 0,5.
  • Gebruik bij voorkeur langzaam werkende kalk (kalkmergel, dolomiet, of landbouwkalk) in het najaar (eind oktober).
  • Meng de kalk goed in het bovenste gedeelte van de tuinbodem, zeker in het gedeelte waar de wortels zich bevinden. 
Is je bodem neutraal? Een jaarlijkse onderhoudsbehandeling met 4 tot 6 kg kalk per 100 m² is dan voldoende.

Organische stoffen gebruiken

Gebruik regelmatig een flinke hoeveelheid stalmest, compost of teelaarde. Deze organische stoffen houden cadmium vast, zodat het minder makkelijk wordt voor je planten om dit op te nemen. Bovendien is bemesten goed voor je bodem en de groei van je groenten.

Richtlijn is 0,5 tot 1 m³ per 100 m² moestuin, dit komt overeen met ongeveer 4 tot 8 kg mest/compost/teelaarde per m² moestuin.

Gebruik bij voorkeur compost uit de handel. Compost uit je eigen tuin bevat vaak ook zware metalen. Compost uit de handel wordt nauwgezet gecontroleerd en is daarom betrouwbaar. Eigen compost kan je best enkel gebruiken voor je siertuin.


Actie in de kijker

Gezond uit eigen grond

Tuinieren is populairder dan ooit. Mensen willen gezonde voeding uit eigen streek en gaan zelf aan de slag. Ze zaaien en planten groenten en fruit of leggen een kippenren aan. Zelf tuinieren is...