Huisstofmijt

De huisstofmijten zijn niet de enige, maar wel de belangrijkste verwekkers van allergische reacties veroorzaakt door dieren in onze woning. Huisstofmijten zijn niet met het blote oog te zien. Met een aantal tips kan je het aantal huisstofmijten in de woning laag houden.

Gevolgen voor de gezondheid

Mensen kunnen een allergie ontwikkelen voor de huisstofmijt. Ze zijn dan over het algemeen gevoelig voor de uitwerpselen van dit beestje. De hele mijten of delen ervan zijn slechts verantwoordelijk voor 5% van de allergenen, hun uitwerpselen echter voor 95%. Bij huisstofmijtallergie is het dan ook belangrijk hygiënische maatregelen te nemen. Toch is de aanwezigheid van huisstofmijt uit een normale woning nooit helemaal uit te sluiten.

Mensen met een allergie voor huisstofmijt kunnen heel wat verschillende klachten hebben:

  • loopneus of verstopte neus
  • rode, tranende ogen met jeukend of branderig gevoel
  • vaak niezen
  • kriebelhoest
  • benauwdheid
  • hoofdpijn
  • vermoeidheid en lusteloosheid
  • astma
  • eczeem

Ongeveer 10% van de Westerse bevolking heeft een huisstofmijtallergie. Het is niet bewezen dat kinderen in woningen met meer huisstofmijtallergenen ook daadwerkelijk meer astma ontwikkelen.Wat wel vrij duidelijk is, is dat mensen die astma én een huisstofmijtallergie hebben meer astmatische klachten hebben wanneer ze in een omgeving met meer huisstofmijtallergenen vertoeven.


Hoe kan je blootstelling beperken?

Huisstofmijten houden van vocht, warme temperaturen, huidschilfers en leven graag in het donker. Huisstofmijten helemaal uit je woning verwijderen, is bijna onmogelijk maar met enkele maatregelen kunnen allergiepatiënten de hoeveelheid huisstofmijten wel verminderen. We sommen enkele handige tips op:

In de slaapkamer

  • Streef naar een relatieve luchtvochtigheid in de slaapkamer van minder dan 60%. Dit kan door te ventileren en ’s morgens de slaapkamer een korte tijd te verluchten. Plaats geen luchtbevochtigers en hou verbindingsdeuren met badkamers gesloten.
  • Er zijn speciale antiallergische hoezen voor matrassen en kussens te koop waar de huisstofmijt niet doorheen kan.
  • Was alle beddenlinnen elke week op 60°C. Kijk bij aankoop van nieuw bedlinnen of de materialen op deze temperaturen kunnen worden gewassen.
  • Hoofdkussens en dekbedden was je best 4 keer per jaar op 60 graden. Klop ze in tussentijd regelmatig buiten uit.
  • Leg je dekbed overdag open om het zweet dat ’s nachts is vrijgekomen, te laten verdampen. Een extra voordeel is dat zonlicht  de matras kan bereiken.
  • Kleed je niet om in de slaapkamer en berg kledij op in afgesloten kasten.
  • Plaats/leg best geen planten, tapijten, hemelbedden en wasmanden in de slaapkamer, omdat ze voor extra stof zorgen.
  • Voor kinderen met huisstofmijtallergie kan je kiezen voor een makkelijk te wassen knuffel.

In de woning

  • Kies bij de inrichting van je woning voor vloeren die je kan dweilen (waardoor je dus geen stofzuiger moet gebruiken). Ook afstoffen gebeurt het best met een vochtige doek.
  • Zorg voor gladde en goed afwasbare wanden. Vermijd glasvezelbehang of jutebehang. Verf of vinylbehang verdienen de voorkeur. Vermijd lijsten en posters.
  • Dweil elke week minstens 1 keer. Vermijd stofzuigen en vegen. Als je stofzuigt, gebruik dan een stofzuiger met HEPA (high efficiency particulate air)-filter. De HEPA-filter houdt de huisstofmijt en zijn uitwerpselen tegen. Was je gordijnen elk jaar.
  • Verlucht regelmatig je hele woning. Na vochtproducerende activiteiten is goed verluchten noodzakelijk.
  • Bestrijd vocht. Behandel vochtproblemen (lekken, insijpelen). Let op voor koudebruggen en condensatie. Lucht de woning en stel de verwarming goed in. Laat de was buiten drogen of zorg voor een afvoer van de droogkast naar buiten.
  • Echte stofhaarden zijn: elektronische apparatuur zoals TV, hifi, computers (statische elektriciteit), droogbloemen, pluche of met veren gevulde knuffels, opgezette dieren en dierenhuiden, boeken en kamerplanten.

Wat zijn huisstofmijten?

Huisstofmijten behoren tot de spinachtige “arachniden” en zijn met een grootte van ± 0,3 mm niet met het blote oog zichtbaar. De in het huisstof meest voorkomende soorten zijn Dermatophagoides pteronyssinus en D. farinae. Ze komen zeer algemeen voor in gematigde klimaten en dus ook in Vlaanderen.


Hoe word je blootgesteld?

Huisstofmijten delen de woning en vooral het bed met de bewoners. Ze werden pas in 1965 als bestanddeel van huisstof ontdekt. Huisstofmijten voeden zich voornamelijk met huidschilfers, maar ook met bijvoorbeeld pollen, schimmels, plantenvezels en dierenharen. Ze gedijen goed vanaf een temperatuur van 18°C en dit in een milieu met een relatieve luchtvochtigheid vanaf 60%.

De ontwikkeling van huisstofmijtenpopulaties en de hoeveelheid huisstofmijtallergeen in huisstof volgen een seizoensgebonden patroon. In de zomer groeit de populatie en als het stookseizoen begint (in de herfst) bereikt de populatie z’n hoogtepunt. De hoeveelheid huisstofmijtallergeen in huisstof ijlt wat na en bereikt in de winter z’n hoogste niveau.


Zijn er normen?

Volgens het Binnenmilieubesluit (B.S. 19-10-2004) geldt minder of evenveel als 0,2 mg guanine/g stof als richtwaarde.


Actie in de kijker

Gezond uit eigen grond

Tuinieren is populairder dan ooit. Mensen willen gezonde voeding uit eigen streek en gaan zelf aan de slag. Ze zaaien en planten groenten en fruit of leggen een kippenren aan. Zelf tuinieren is...