Laag Frequent Geluid

Laag frequent geluid (LFG) wordt door de meeste onder ons niet waargenomen aangezien het om zeer lage tonen gaat waarvoor het menselijk oor veel minder gevoelig is. Toch zijn er een aantal mensen die dit wel waarnemen, zowel het horen en/of het voelen van het geluid is mogelijk. Vaak wordt laag frequent geluid omschreven als zeer lage tonen, zwaar gebrom of gezoem of als een druk die gevoeld wordt op de oren, het hoofd, de keel of de borst. Bij dergelijke lage frequenties is het vaak niet mogelijk om te bepalen uit welke richting het geluid komt, waardoor het opsporen van de bron vaak onmogelijk is. Waarneming van LFG wordt als (zeer) hinderlijk ervaren.   

Gevolgen voor de gezondheid?

Hinder door laag frequent geluid leidt vaak tot stress, slaapproblemen en vermoeidheid.

Doordat laag frequent geluid moeilijker went dan klassieke geluidsoverlast en vaak niet kan worden waargenomen door andere mensen in de omgeving, is de hinder vaak ingrijpender. Zo wordt het probleem vaak als niet ernstig beoordeeld door de omgeving van de gehinderde en kan deze niet steunen op begrip.

De hinder wordt groter naarmate mensen zich er van bewust worden. Het probleem is vaak van lange duur en moeilijk op te lossen, wat het stressniveau natuurlijk niet ten goede komt. Soms beginnen mensen zelfs te twijfelen aan hun eigen waarnemingen.

Meestal wordt laag frequent geluid als hinderlijk ervaren in een afgesloten ruimte, zoals binnenshuis en in auto’s. Vaak zijn de klachten ’s nachts erger, onder andere omdat maskerend achtergrondgeluid en afleidende prikkels ’s nachts ontbreken. Bovendien is de nood aan rust en stilte ’s nachts groter dan overdag.

Klachten van laag frequent geluid treden vooral op bij mensen van middelbare leeftijd omdat het gehoor verandert met de jaren, en treedt vaker bij vrouwen dan mannen.


Hoe blootstelling beperken?

Voor veel mensen die gehinderd worden door laag frequent geluid is het belangrijk dat hun klacht erkend wordt en dat het niet afgedaan wordt als “iets dat tussen de oren zit”.

Je zal als gehinderde in veel gevallen met de hinder moeten leren leven. Dit is geen fijne, maar wel een eerlijke boodschap.

Slechts zelden wordt de bron gevonden en aangepakt.

Wat kan er dan wel gedaan worden?
De houding van de gehinderde is doorslaggevend: Probeer niet te fixeren op het laag frequent geluid en probeer er minder negatief tegenover te staan. Dit is uiteraard gemakkelijker gezegd dan gedaan. Maar de ervaring leert dat de meerderheid van de gehinderden het geluid op termijn niet meer als echt hinderlijk ervaart, zolang de aandacht er maar niet op gevestigd wordt.

  • Fixeer je niet op het laag frequent geluid, en sta er niet te negatief tegenover.
  • Aangename geluiden of muziek kunnen afleiden.
  • Soms is slapen in een andere kamer een oplossing.
  • Oordopjes werken niet of slecht bij laag frequent geluid.
  • Het isoleren van een woning voor laag frequent geluid is moeilijk en het resultaat is twijfelachtig. Het mogelijke nut moet met een expert afgewogen worden.
  • Soms is verhuizen een oplossing, maar ook niet altijd. Iemand die gevoelig is, kan op vele plaatsen hinder ondervinden omdat de bronnen van laag frequent geluid zeer verspreid zijn in onze leefomgeving. Bovendien kunnen de lage frequenties zich kilometers ver voortplanten.
  • Om meer begrip te krijgen uit de omgeving is het nuttig om familie en/of vrienden meer informatie te geven over laag frequent geluid.
  • Slaappillen nemen is geen goed idee.

Wat is LFG?

Geluid wordt gekenmerkt door zijn frequentie. Algemeen geldt dat het menselijk gehoor geluid kan waarnemen met een frequentie van 20 tot 20.000 Hertz (Hz), mits het geluid voldoende luid is. Laag frequent geluid heeft een frequentie lager dan 125 Hz.

Laag frequent geluid wordt niet door iedereen waargenomen. De ene persoon is gevoeliger dan de andere. Dit is onder andere afhankelijk van de leeftijd. Bij laag frequent geluid neemt de ervaren luidheid zeer snel toe met toenemende geluidssterkte. Het kan zo zijn dat een bepaald laag frequent geluid door het ene gezinslid net niet wordt waargenomen, en bij een ander gezinslid toch al vrij luid wordt gehoord of gevoeld; ook al hebben beide gezinsleden een normaal gehoor dat wel lichtjes verschilt in gevoeligheid.

Vaak speelt ook mee dat mensen die hinder ondervinden zich focussen op het geluid waardoor ze steeds intensiever gaan luisteren en het steeds duidelijker waarnemen.


Hoe word je blootgesteld?

Zwaar verkeer (treinen, vliegverkeer, wegverkeer van vrachtwagens), industrie, ventilatoren, airco, warmtepompen, hoogspanningsstations, transformatorstations, compressoren, luidsprekers, enzovoort kunnen aan de oorsprong liggen van laag frequent geluid. Ook al klinkt het alsof het laag frequent geluid van vlak bij huis komt, toch kan de bron op kilometers afstand gelegen zijn.

De muren van een huis houden LFG niet goed tegen en zeker minder goed dan “gewoon” geluid. Fenomenen als interferentie en resonantie kunnen de oorzaak zijn van de versterking van laag frequent geluid binnenin een woning. Hierdoor kan het laag frequent geluid soms in één kamer wel en in een andere kamer niet waargenomen worden of zelfs verschillend van plaats tot plaats binnen één kamer.

Er zijn ook dingen die verward kunnen worden met LFG uit de omgeving. Dit zijn bijvoorbeeld geluiden van het lichaam zelf, zoals geluid bij slikken, geluiden van de bloedsomloop die waarneembaar zijn bij een hoge bloeddruk en geluiden afkomstig van het samentrekken van kleine spiertjes rond het oor.

Ook oorsuizen (tinnitus) kan verward worden met laag frequent geluid. Het kan de oorzaak zijn van gelijkaardige klachten van gebrom, waarbij het oorsuizen wordt verward met een bron van laagfrequent geluid van buitenaf. Ongeveer 1 op de 20 personen heeft in meer of mindere mate last van dit medisch probleem. Dit oorsuizen kan verschillende vormen aannemen (zoals suizen, bonken, ronken, piepen, …). Oorsuizen komt vaker voor bij mensen die in het verleden aan overmatig geluid zijn blootgesteld en gehoorschade hebben opgelopen (bv. door luide muziek of door lawaai op de werkplek). Oorsuizen kan ook voorkomen bij aandoeningen van het evenwichtsorgaan. LFG en tinnitus zijn niet altijd goed van elkaar te onderscheiden. Mensen met tinnitus horen het geluid in principe wel continu, hoewel ze er zich niet altijd bewust van zijn of er last van hebben. Onderzoek en eventuele doorverwijzing naar neus-, keel-, oorarts kan hier meer duidelijkheid verschaffen en is soms aan te bevelen.


Normen

Er zijn in Vlaanderen naast de algemene geluidsnormeringen geen wettelijke normen specifiek voor LFG.

Omdat Vlaanderen geen expliciete wetgeving heeft die bepaalt hoeveel LFG wordt toegestaan of niet, zijn metingen niet altijd aan te raden. Indien er metingen worden uitgevoerd, worden de resultaten soms getoetst aan de wetgeving rond LFG uit andere landen. Deze kan sterk verschillen tussen landen. Dit heeft bovendien geen bindend karakter.

Een ander gevolg van het gebrek aan expliciete wetgeving rond LFG in Vlaanderen is het gevolg dat noch de gemeente, noch de milieu-inspectie, noch Toezicht Volksgezondheid wettelijk verplicht zijn om metingen te organiseren of te betalen.

Het meten van laag frequent geluid in of rond het huis blijkt zelden nuttig te zijn. Indien de gehinderde zelf een specifieke bron als oorzaak vermoedt, kan indien mogelijk, deze bron aan- en uitgezet worden om na te gaan of het inderdaad de oorzaak is van het probleem.

LFG metingen zijn moeilijk en duur. Metingen moeten door een deskundige uitgevoerd én geïnterpreteerd worden. Ook de interpretatie van de meetresultaten is lastig: ook al wordt de meting correct uitgevoerd, toch kunnen de reëel bestaande geluiden niet altijd geregistreerd worden. Dan “bewijst” de meting niets. En zelfs wanneer er met metingen kan worden aangetoond dat het laag frequent geluid aan de basis ligt van de klachten, en de bron wordt gevonden, kan zelfs een geïdentificeerde bron niet altijd aangepakt worden door het gebrek aan normen in Vlaanderen.


Referenties

  • Nederlandse Stichting Geluidshinder. NSG-richtlijn laagfrequent geluid, 1999.
  • Proposed criteria for the assessment of low frequency noise disturbance – prepared for Defra by A. Moorhouse, D. Waddington, M. Adams, 2005.
  • Procedure for the assessment of low frequency noise complaints – Revision 1 – December 2011 – Prepared for Defra by Dr A. Moorhouse, D. Waddington, M. Adams.
  • Laagfrequent geluid. Geluid nr 4 (19 – 22), December 2012.
  • Factsheet laagfrequent geluid RIVM, 3 juni 2013
  • Klachten over laagfrequent geluid: een fenomeen met mythische trekken? Geluid nr 4 (28-30), december 2012.
  • Ik hoor een bromtoon. Hinder door laagfrequent geluid. Meldpunt Gezondheid en Milieu. www.ggd.groningen.nl/milieu-gezondheid/laagfrequent-geluid-lfg/lfg-brochure-limburg-ikhooreenbromtoon.pdf

Actie in de kijker

Campagnetoolkit Warme Dagen

Elk jaar in de zomer hebben we enkele warme dagen.  De hoge temperatuur en ozonpieken kunnen gevolgen hebben voor de gezondheid.  Daarom vraagt de Vlaamse Overheid om...