Vast opgestelde zendantennes

Vast opgestelde zendantennes voor mobiele communicatie gebruiken elektromagnetische straling om te communiceren, bv. om te bellen of te surfen met gsm, voor radio- en televisie-uitzendingen,...
Tot nu toe kan onderbouwd onderzoek niet bewijzen dat elektromagnetische straling van zendantennes schadelijk is voor de gezondheid, op voorwaarde dat de normen niet overschreden worden. Onderzoek naar lange termijneffecten is lopende.

Gevolgen voor de gezondheid?

De straling veroorzaakt door vast opgestelde zendantennes is ‘niet-ioniserend’. Ze heeft met andere woorden onvoldoende energie om op zichzelf chemische verbinden te verbreken en op die manier gezondheidsschade aan te richten. Röntgenstraling bijvoorbeeld is wel ioniserend en kan dus chemische bindingen in cellen of DNA verbreken en zo kanker veroorzaken.
 
Niet-ioniserende elektromagnetische straling (zoals de straling van vast opgestelde zendantennes) kan vanaf een bepaald vermogen (de sterkte) het lichaam opwarmen. Een sterke stijging van de lichaamstemperatuur kan leiden tot genetische aanpassingen waardoor kanker kan ontstaan. Het vermogen van de straling van vast opgestelde zendantennes voor mobiele communicatie (gsm-antennes, ASTRID-antennes,…) is echter veel te laag op plaatsen die door particulieren toegankelijk zijn om zo'n opwarming te veroorzaken.
 
Een microgolfoven bijvoorbeeld gebruikt elektromagnetische straling om voedsel op te warmen. Dat lukt alleen omdat het vermogen van zo'n oven groot is (bv. 750-900 Watt) én het voedsel zich héél dicht bij de stralingsbron bevindt, namelijk in de oven. Een zendantenne daarentegen staat sowieso op heel wat meters afstand (hoog en ver) en zendt uit met een veel lager vermogen (bv. 10-100 Watt).
 
Wetenschappers onderzoeken of de straling van zendantennes ook andere dan thermische effecten op het lichaam kunnen hebben die dan leiden tot gezondheidseffecten. Op dit moment toont wetenschappelijk onderbouwd onderzoek geen gezondheidseffecten aan op korte of lange termijn door straling van zendantennes onder de huidige normen. Omdat zendantennes nog niet zolang gebruikt worden (sinds de jaren '90), lopen de studies die langetermijneffecten verder onderzoeken nog. De voorlopige resultaten lijken wel aan te geven dat er ook niet meteen grote problemen verwacht worden.


Hoe word je blootgesteld aan de straling van een vast opgestelde zendantenne?

Iedereen wordt op vrijwel elk moment van de dag blootgesteld aan elektromagnetische straling. Dit is niet alleen het geval in de buurt van een zendantenne (gsm, UMTS, radio, televisie,… ), maar bijvoorbeeld ook bij het gebruik van een gsm-toestel, microgolfoven en door beveiligingsapparatuur van winkels.



De hoeveelheid straling op een bepaald punt wordt weergegeven aan de hand van de elektrische veldsterkte (V/m). De elektrische veldsterkte hangt onder andere af van de afstand tot de zendantenne, de stralingsrichting en het vermogen waarmee de antenne uitzendt. Een zendantenne wordt altijd zodanig opgesteld dat niemand (behalve daartoe opgeleid personeel) in de zones kan komen waar de straling hoger is dan de wettelijke norm.

De straling wordt vooral in horizontale richting uitgezonden. Net onder de zendantennes (verticale richting) is er maar een klein deel van de straling aanwezig.

Het zendvermogen neemt snel af met de afstand tot de antenne.
 
Omdat zendantennes meestal ver van je af staan, word je tijdens het bellen met je gsm-toestel aan meer straling blootgesteld van je toestel dan van de gsm-antenne.


Hoe werkt een vast opgestelde zendantenne?

De antenne gebruikt elektromagnetische straling om te communiceren met het gsm-toestel of andere draadloos toestel. Die elektromagnetische straling worden ook radiogolven of radiofrequente elektromagnetische straling genoemd. Afhankelijk van de afstand die de antenne moet overbruggen en de frequentie die de antenne gebruikt, is een bepaald zendvermogen nodig. 

    

De werking van antennes is vergelijkbaar met de werking van een lichtbron; hoe verder je wil schijnen hoe krachtiger de lichtbron moet zijn. Net als bij licht is het mogelijk om het opgewekte elektromagnetische veld te bundelen en een richting te geven (denk aan een zaklamp). In Vlaanderen zijn er gsm-operatoren die het mogelijk maken om mobiel te telefoneren en op interenet te surfen. Op sommige locaties vind je ook Wi-Fi hotspots waarmee je ook draadloos op internet kan surfen. 
 
In Vlaanderen gebruiken de operatoren volgende frequenties:  

Frequentie (MHz)  
800 4G
900 2G, 3G
1800 2G, 4G
2100 3G
2400 WiFi
2600 4G
5200 WiFi

Welke technologie in welke frequentieband gebruikt wordt, hangt af van afspraken die daarover gemaakt worden op Europees niveau. In andere delen van de wereld gebruiken gsm-netwerken soms nog andere frequenties, waardoor je soms je gsm daar niet kan gebruiken. 2G staat voor de technologie gebruikt om te bellen en te sms'en, 3G is snel mobiel internet, 4G is een recente technologie die erg snel mobiel internet toelaat en Wi-Fi is voor draadloos internet in hotspots. Je toestel kiest welke technologie gebruikt wordt op basis van het aanbod van de antennes in de buurt.


Wat is GSM?

Gsm staat voor ‘Global System for Mobile Communications’ en wordt ook wel de tweede generatie mobiele communicatie genoemd (2G). Het is wereldwijd de meest gebruikte draadloze communicatietechnologie.
 


Het gebruik van een gsm-toestel is mogelijk dankzij een uitgebreid netwerk van vast opgestelde zendantennes. Deze antennes maken deel uit van een ‘draadloos’ communicatiesysteem. Om te communiceren gebruikt de antenne elektromagnetische straling om contact te maken met het gsm-toestel.


Wat is UMTS?

UMTS staat voor ‘Universal Mobile Telecommunications System’ en wordt ook wel de derde generatie mobiele communicatie (3G) genoemd. 
 
UMTS zorgt voor een hogere datasnelheid dan 2G waardoor multimediatoepassingen en snelle internettoegang mogelijk zijn. Zo is het mogelijk om films te bekijken, sneller te internetten en sneller foto’s en bestanden te verzenden.

Om gebruikers toegang te geven tot 3G is het bestaande gsm-antenne-netwerk uitgebreid met UMTS-antennes. 


Wat is 4G?

4G is de vierde generatie van de technologie die het mogelijk maakt om te gsm’en, te sms’en en gebruik te maken van mobiel internet. Het is een verdere evolutie van 3G (UMTS).

4G maakt het mogelijk om nog sneller data te versturen en te ontvangen dan 3G.

Om toegang te hebben tot het 4G netwerk, moet je een toestel (of USB modem voor laptops en tablets) hebben dat 4G kan ontvangen. Niet alle toestellen die je vandaag kan kopen, kunnen gebruik maken van het 4G netwerk. 


Wat is Wi-Fi?

Wi-Fi is de meest populaire technologie die gebruikt wordt voor draadloze lokale netwerken om op internet te surfen.

Bij Wi-Fi in huis stuurt een router of access point het internetsignaal dat via een kabel in het gebouw komt draadloos door naar je computer, laptop, gsm, …. Ook die toestellen kunnen draadloos communiceren met het access point. Wi-Fi-apparaten in huis zijn daarom uitgerust met antennes die radiogolven ontvangen en uitzenden en maken gebruik van frequenties rond de 2400 MHz of in de 5 GHz-band.

In sommige steden zijn er Wi-Fi-faciliteiten die er voor zorgen dat er overal toegang is tot draadloos netwerk. Daarvoor worden dan een aantal antennes geplaatst op een gelijkaardige manier als een gsm-netwerk. Wi-Fi is een manier om draadloze informatie over te dragen en is een vrije band. Dat wil zeggen dat je geen toelating moet hebben om er gebruik van te maken. Daarom mag deze technologie enkel gebruikt worden met een erg laag zendvermogen (0,2 W ten opzichte van 10-100 W voor gsm-netwerken). De blootstelling aan dit type straling is dus meestal erg laag.


Wat is WiMAX?

WiMAX staat voor 'Worldwide Interoperability for Microwave Access'. WiMAX is een draadloze digitale communicatie technologie.

WiMAX is qua mogelijkheden vergelijkbaar met Wi-Fi, maar is eerder bedoeld voor data-overdracht over langere afstanden, is minder gevoelig voor interferentie en maakt het mogelijk om efficiënter gebruik te maken van bandbreedte. Op dit moment is er in Vlaanderen geen operator die gebruik maakt van WiMAX.


Wat is ASTRID?

ASTRID staat voor ‘All-Round Semi-Trunking Radio communication system with Integrated Dispatchings’. Het is een digitaal radiocommunicatiesysteem dat zowel gegevens als spraak kan ontvangen en versturen. Het werd speciaal ontwikkeld voor professioneel gebruik door de hulpdiensten. Het systeem zorgt ervoor dat hulpdiensten altijd onderling kunnen communiceren.
 
Omdat het een apart systeem is, kan dit ook nog gebruikt worden in een crisissituatie. Gsm-netwerken hebben een beperkte capaciteit en kunnen tijdens een crisissituatie overbelast raken. Het ASTRID-netwerk maakt daarom gebruik van eigen antennes. Je ziet ze vaak bij politiebureaus en brandweerkazernes. Dit netwerk is zo gemaakt dat het veel meer aan kan dan dagdagelijks nodig is, waardoor het ook bij crisissituaties mogelijk is om een goede communicatie te verzekeren. In crisissituaties kan de volledige capaciteit nodig zijn en is de blootstelling aan straling in de omgeving ook hoger.
 
Net zoals bij het gsm-netwerk, zijn voor het uitbouwen van het ASTRID-netwerk basisstations noodzakelijk. Deze basisstations bestaan uit een mast waarop antennes worden gemonteerd of een bestaande infrastructuur waarop de antennes worden geplaatst. Meestal tellen ze 3 antennes: 1 zendantenne en 2 ontvangstantennes. Voor een goede werking moeten deze antennes hoog en vrijstaand worden opgesteld.


Normen

Vlaanderen is sinds 2009 bevoegd voor het beperken van de milieublootstelling aan elektromagnetische straling van vast opgestelde zendantennes. De straling van vast opgestelde zendantennes wordt op twee manieren beperkt: een cumulatieve norm en een norm per zendantenne.

Cumulatieve norm

De cumulatieve norm bepaalt hoeveel elektromagnetische straling er in totaal mag gemeten worden op een bepaald punt, bijvoorbeeld op straat waar mensen wandelen. Ze geldt dus voor de straling van alle zendantennes (gsm-, UMTS-, ASTRID-, … antennes) samen. Deze cumulatieve norm kan je terugvinden in onderstaande tabel. De wetgeving maakt hierbij een verschil tussen verschillende frequenties omdat bij hogere frequenties de elektromagnetische straling minder diep kan doordringen in mensen. De hoeveelheid straling op een bepaald punt wordt gemeten aan de hand van de elektrische veldsterkte en wordt uitgedrukt in Volt per meter (V/m).

Frequentie zendantenne (MHz) Norm (Elektrische veldsterkte, V/m) Toepassing
380 14 ASTRID
800 19 4G
900 21 2G, 3G
1800 29 2G, 4G
2100 31 3G
2400 31 Wi-Fi
2600 31 4G
3500 31 WiMAX
5200 31 Wi-Fi

Norm per zendantenne

Deze norm per zendantenne geldt enkel voor zendantennes en antennes voor draadloos internet. Bovendien geldt deze norm enkel op verblijfplaatsen omdat deze extra norm de blootstelling van de bevolking aan elektromagnetische straling wil beperken op plaatsen waar mensen regelmatig verblijven. Verblijfplaatsen zijn bijvoorbeeld woningen, scholen inclusief speelplaatsen, ziekenhuizen en crèches (m.a.w. blootstelling binnenshuis door vast opgestelde zendantennes). Mensen brengen gemiddeld immers ongeveer 85 % van hun tijd binnenshuis door. De norm per zendantenne kan je in onderstaande tabel vinden.

Frequentie zendantenne (MHz) Norm (Elektrische veldsterkte, V/m) Toepassing
800 2.8 4G
900 3 2G, 3G
1800 4 2G, 4G
2100 4,5 3G
2400 4.5 Wi-Fi
2600 4.5 4G
3500 4.5 WiMAX
5200 4.5 Wi-Fi

Deze extra norm geldt echter enkel voor vast opgestelde zendantennes voor gsm en internet, niet voor bijvoorbeeld ASTRID-antennes. Dit netwerk is immers gemaakt om een goede communicatie bij crisissituaties te verzekeren. Bij crisissituaties kan er dus tijdelijk meer zendvermogen nodig zijn, zodat de norm per antenne in die situatie niet haalbaar is. Deze antennes moeten wel altijd voldoen aan de cumulatieve norm.

Attest nodig

Op basis van de technische gegevens van de antennes wordt berekend hoeveel straling in de omgeving van de zendantenne terecht komt nadat ze begint uit te zenden. Die berekeningen worden uitgevoerd voor locaties waar het meeste straling terecht komt en waar mensen kunnen komen (straten, woningen, …). Als het resultaat van de berekening aantoont dat er geen risico is op een overschrijding van de norm, dan ontvangt de antenne-eigenaar een conformiteitsattest en mag de antenne beginnen uitzenden. Als de resultaten in de buurt van de norm liggen, dan moet de straling gemeten worden om te onderzoeken of de extra straling van de nieuwe antennes niet voor een overschrijding van de norm kan zorgen. Enkel als uit het optellen van het meetresultaat en de bijkomende straling van de nieuwe antenne blijkt dat er geen risico is op overschrijding, ontvangt de eigenaar het attest. Een antenne mag in Vlaanderen niet uitzenden zonder attest. 


Actie in de kijker

Campagnetoolkit Warme Dagen

Elk jaar in de zomer hebben we enkele warme dagen. De hoge temperatuur en ozonpieken kunnen gevolgen hebben voor de gezondheid. Daarom vraagt de Vlaamse Overheid om extra acties te...